Terra's olie

    Zoals elke werkdag besmeerde Rogier om half één een pistolet met roomboter. Elk plekje van het broodje moest exact even dik besmeerd zijn. Daarna legde hij er met chirurgische precisie een paar plakjes Parmaham op. Vervolgens kwamen er plakjes tomaat op. Goede vleestomaten, dat was belangrijk. Waterige troep kwam er bij hem niet in. Met een vlijmscherp mes probeerde hij zichzelf te overtreffen in het zo dun mogelijk afsnijden van de tomaat. Als laatste deed hij een blaadje knapperige ijsbergsla op. Daarna ging hij het broodje opeten. In het begin deed hij dat staand, maar na twee weken had hij toch besloten dat het geen kwaad kon om een krukje achter de toonbank te plaatsen. Hij probeerde altijd zo lang mogelijk over zijn lunch te doen. Want als zijn pistolet naar binnen was gewerkt, dan begon weer het wachten.

    Vier maanden zat Rogier al in dit winkelpand. Het klonk alsof hij in de bak zat en zo voelde het ook. Hij was tot een straf voor onbepaalde tijd veroordeeld vanwege zijn overmoed. Nog nooit was er iets in zijn leven mislukt. Nu dreigde het faliekant mis te gaan. Wat was er mis met beleidsnota’s schrijven? Destijds kwam het zijn neus uit. Elke dag naar hetzelfde gemeentehuis om tegen dezelfde saaie figuren aan te kijken. Nu miste hij de zekerheid van een vol bureau. Bovendien zeiden die saaie collega’s meer terug dan de volle schappen.

    De vruchtbare grond waarin zijn overmoed tot volle bloei kon komen waren de weekenden dat hij niet naar kantoor hoefde. Dan was het leven vol kleuren. Italiaanse kleuren. Uren kon hij bezig zijn met het kneden van goudkleurig pastadeeg. Hij kon likkebaardend kijken naar een doosje uitbundig rode tomaten. Wat kon je daar allemaal van maken? Een heerlijke salade. Een tongstrelende pastasaus. Wat zelfgemaakte pesto erbij en je had een gerecht waar je je vingers bij aflikte. Met een eenvoudige maar soepele wijn erbij was het een godenmaal. Daar achter zijn aanrecht was het idee ontstaan om een winkel te beginnen. Hij wilde dat de mensen, die nu nog hun eetlust verdeden met kleffe Chinees en fantasieloze aardappelen-groente-vlees-maaltijden, kennis zouden maken met de goede Italiaanse keuken. En dan niet alleen maar pizza. Natuurlijk, er was niets mis met een goede pizza met verse ingrediënten. Maar er was van alles mis met die diepvriesschijven die de meeste mensen pizza noemden. Hij ging alleen de beste producten verkopen en de mensen zouden ervan smullen.

    Het plan had steeds vastere vormen aangenomen. Van vakantie in Italië had hij dozen vol olijfolie van L’olio meraviglioso meegenomen. Het waren dure flessen geweest maar het was topkwaliteit. Ook was hij verschillende pastafabriekjes langs gegaan en kocht de meest verlokkelijke pasta. Zijn azijnen kocht hij in bij een goed adresje in Alberetto della Torre.

    Toen de visboer in de winkelstraat waar hij altijd zijn boodschappen deed zijn zaak verkocht om van zijn oude dag te genieten, wist hij dat het moment was gekomen om zijn dromen werkelijkheid te laten worden. Het was heerlijk geweest om een ontslagbrief te schrijven aan de gemeente. Hij kon zich niet herinneren zo veel lol gehad te hebben in het schrijven van een zakelijke brief. Nu de laatste hindernissen genomen waren en een leven als ondernemer onafwendbaar was, vielen alle angsten en twijfels van hem af. Vanaf dat punt zou het leven makkelijker worden. Hij hoefde alleen nog maar datgene te doen waar zijn hart lag. Maar toen de winkel feestelijk geopend was en alle genodigden weer hun eigen leven hadden opgepakt, bleef de winkel nagenoeg leeg achter. In het begin kwam er nog wel eens iemand binnen kijken. maar ze schrokken duidelijk van de prijzen. Als hij probeerde uit te leggen waarom zijn pasta duurder was dan het C1000-huismerk, dan keken de mensen zenuwachtig naar de deur. Ze hoorden zijn verhaal waarschijnlijk niet eens. Het enige waar die mensen mee bezig waren, was een manier verzinnen om zo snel en beleefd mogelijk de winkel weer te verlaten. Nu kwam er niemand meer. Hij had nog geïnvesteerd in wat advertenties. Een hele dure in “de smaak van Italië” en wat goedkopere in plaatselijke adverentiekrantjes. Hij had de hoop verloren dat het allemaal nog wat op zou leveren. Hij had alweer contact gezocht met de gemeente. Als hij wilde, kon hij zijn oude baan weer terug krijgen. Hij wilde het niet. Hij zag zijn oude baan als de bodem van het moeras waar hij langzaam in weg aan het zakken was. Mistroostig keek hij naar de mensen die met volle boodschappentassen langs de winkelruit liepen zonder hun pas in te houden.

    Om vier uur was het tijd voor het volgende ritueel om de oneindige tijd dat de winkel geopend was door te komen en een deel van zijn verse gerechten te redden van de vuilnisbak. Elke dag deed hij hetzelfde toneelstukje waarin hij tegelijk zichzelf was en een trouwe klant.
    “Goedemiddag meneer, wat heeft u weer heerlijke gerechten in uw vitrine liggen.”
    “Jawel meneer, het is allemaal topkwaliteit. Als u dit geproefd hebt , dan wilt u nooit meer wat anders. hahaha”
    “Zou ik wat van die heerlijke canneloni’s van u mogen hebben, meneer?”
    “Ja natuurlijk, meneer, wilt u een groot of een klein bakje?”
    “Nou meneer, ik ga mezelf eens lekker verwennen met een grote bak canneloni’s. Je leeft maar één keer zeg ik altijd maar.”
    “Alstublieft meneer, voor u een heerlijke grote bak canneloni’s. Weet u wat, omdat ik vandaag in een goede bui ben, mag u ze gratis meenemen.”
    “Nou dat is zeer erkentelijk van u. Dank u wel.”
    “Wilt u er een tasje omheen?”
    “Nou dat zou wel erg makkelijk zijn.”
    “Alstublieft meneer.”
    “Dank u wel meneer, tot morgen.”

    Van schrik liet Rogier bijna de bak met canneloni’s vallen. Het belletje van de winkeldeur rinkelde. Hoewel het een beschaafd klingeltje was, had het geluid op hem de invloed alsof het een scheephoorn was. Rogier probeerde zijn gezicht in de plooi te houden. Er was weer eens een klant! Gespannen keek hij naar de man die met een speurende blik langs de schappen liep.
    “Kan ik u helpen?” Rogier wurmde zich langs het krukje dat zich onhandig in de opening achter de toonbank gestrand was.
    “Ik was op zoek naar de olijfolie waar Karel Terra over geschreven heeft.” Zijn blik bleef de ruimte afspeuren.
    “Karel Terra?”
    “Ja, u kent Karel Terra toch wel?” Dat was niet het probleem. Karel Terra, de schrijvende kok die een uitzonderlijk talent had om smaken in woorden om te zetten. Iedereen die van koken hield wist wie Karel Terra was. Maar had hij over olijfolie geschreven?
    “Karel Terra was ervoor naar Italië geweest, maar volgens uw advertentie zou u het ook hebben,” ging de man met een onzekere ondertoon verder. “Hoe heette dat spul ook alweer?”
    “l’olio meraviglioso?” Rogier deed een stap opzij om een fes van de plank te pakken’ Hij zag het gezicht van de man oplichten. Zou hij schrikken van de prijs?
    “Deze halveliterfles kost veertien euro. Ik heb ook nog een literfles voor twintig euro” Even zag hij het gezicht van de man betrekken. Zou hij afhaken?
    “Doet u mij maar een literfles.”
    Rogier moest moeite doen zichzelf in bedwang te houden. Deze meneer kocht gewoon een hele liter!

    Toen deze man de zaak verlaten had met in zijn tas een fles L’olio meraviglioso en een zakje pasta wilde Rogier een rondedansje maken maar hij werd tegengehouden door het winkelbelletje die weer een nieuwe klant aankondigde. Deze mevrouw kocht twee halve liters olijfolie waarvan hij er één kunstig met strikken had versierd. Voor de mevrouw de winkel verlaten had, was de volgende klant alweer op zoek naar de olijfolie. Twintig liter olijfolie ging er die dag het schap uit. De dag erna zeventig liter. Koortsachtig belde hij zijn leverancier in Italië. Zijn magazijn begon al aardig leeg te raken en hij wilde olijfolie verkopen en geen “nee”. Niet op het moment dat ze eindelijk zijn zaak hadden gevonden. Gelukkig viel er nog wat te regelen, zodat Rogier zijn goed lopende handeltje kon voortzetten. Het geluk was eindelijk aan zijn zijde.

    Na twee maanden ging de wind weer liggen. Iedereen die het artikel van Terra had gelezen, had bij hem olijfolie gekocht. Nu merkte Rogier dat de invloed van de schrijvende kok uitgewerkt was. Sommige mensen uit de eerste stortvloed van klanten kwam terug. Andere mensen waren afgehaakt. Het maakte niet uit. Hij verdiende op dat moment genoeg om van te leven. Hij genoot van de gesprekken die hij met zijn klanten over koken en Italië. Hij had niet de illusie dat hij zijn buurtgenoten van de diepvriespizza had bevrijd, maar verder was het leven goed. hij had eigenlijk nog maar één grote wens en dat was de kok zoenen die hem dit geluk op het juiste moment gebracht had. Voor hem had Terra een wonder verricht met zijn artikel over olijfolie. L’olio meraviglioso; prachtige olie.